zondag 16 augustus 2015

IJsland 2015 vakantie verslag

Vandaag 5 augustus zijn wij al weer 10 dagen thuis na onze trip door IJsland.

Pas nu besef ik hoe veel indrukken wij hebben opgedaan in de 30 dagen dat we daar waren. 
Het is nog lastig om hierover een passend verhaal te gaan schrijven op dit blog, toch gaan wij Henk en Hilda dat proberen.
De afgelegde route

Nadat we zijn geland op Keflavik, na het sleutelen aan de fietsen op de luchthaven, gelijk op de fiets gestapt, eerste etappe naar Grindavik. Ons plan, vlak voor we op Schiphol instapten was om via de F26, een off-road-route langs de Askja te fietsen, echter deze weg is, als we landen, nog niet vrijgegeven, Te veel sneeuw, ijs en water op de route. We hebben dan ook het plan aangepast en zullen via de oostelijke kant van de Ringroad, de hoofdweg van IJsland naar Seydisfjordur gaan, en mogelijk dan proberen om toch naar de Askja te fietsen.

In Grindavik wordt het plan alweer aangepast, een fotograaf vertelt ons over het mooie Vestmannaeyjar, de winderigste plaats van Europa. Het Pompeii van IJsland. Na 3 dagen lukt het ons om de veerboot Vestmannaeyjar te pakken nadat we voor het eerst op de Ringroad hebben mogen fietsen. Het weer heeft dan al bijna alle gezichten laten zien, het mooie warme weer, regen, harde wind waar je vooral veel last van hebt als er een bus of vrachtauto langs je heenrijdt, mist. We hebben de afslag naar de 26 voorbij gefietst met pijn in ons hart. Op Vestmannaeyjar blijven we 1 dag, om het eiland te verkennen door een hike rond het eiland te maken. We komen de eerste puffins tegen, we maken kennis met de manier waarop IJsland zijn wandelpaden aangeeft (nauwelijks, hier en daar een geel paaltje en red jezelf verder) en beklimmen de vulkaan die een deel van het vissersdorp heeft verwoest. Onder de lava liggen de huizen met hier en daar ook nog gezinnen, een raar idee.

We vervolgen de weg naar het oosten, belanden door onwetendheid in een de eerste spannende situatie (zie ook "Storm") en merken dat naast de overweldigende schoonheid van het land er ook een saaiheid kan zijn als we een hele dag in de regen en de mist langs een kilometers lange rechte weg, tegen de wind in mogen fietsen. We nemen de bus naar Skaftaffel, de plek om de Glacier te beklimmen en te ontdekken, iets wat we mogelijk op een volgende reis zullen doen. We willen de nacht doorbrengen bij Jokulsarlon, de plek waar het beroemde blauwe ijs van de Glacier, de Vatnajokul, in de zee drijft en bij vloed op het gitzwarte lavastrand wordt gezet. We kamperen voor het eerst wild naast de lagune zodat we de hele avond, nacht en ochtend de ijsschotsen voorbij zien en horen drijven. Het is een koude nacht, geen idee of het klopt maar we schatten dat het rond de 2 graden Celsius moet zijn geweest.

We blijven de Ringroad volgen en in de buurt van de Oxipas komen we op het gravel, de hoofdweg van IJsland is deels ook met gravelweg aangelegd, een verrassing. Op de Oxipas, stijgingspercentage van maximaal 17%, is het eerste echte off-road. Los grind, zand en klimmen. Het gaat totdat je een misslag maakt en de fiets stil komt te staan. Op een losse helling lukt het niet goed om de 35-40 kg fiets met bagage weer in beweging te krijgen terwijl jijzelf erop zit. Lopen en duwen lukt altijd wel. En als het zwaar is zijn we blij dat we elkaar kunnen helpen, de een sturend en de ander de fiets duwend. Dat dan 2x omdat we natuurlijk samen zijn. Het weer verbetert niet, het blijft koud en als we na Egilsstadir de pas naar Seydisfjordur, 5  tot 7 km klimmen van 10%, bereiken is er dichte mist. Zicht minder dan 50 meter. Het meer dat op de pas ligt, de geweldig groene kleur die we op plaatjes en film hebben gezien, is er niet. Wij zien naast de mist een bevroren meer, sneeuw, nog meer ijs en blauw water. IJslands water is zo ijsblauw als je zult denken bij ijsblauw.

In Seydisfjordur slapen we in het hostel waar onze oudste dochter werkt, we verblijven daar 3 dagen. Samen met haar fietsen we naar Skalanes, een hostel wat aan het einde van het fjord ligt, wat alleen te bereiken is met een 4x4 of met een fiets of lopend. De laatste 4 km is bijzonder mooi. We moeten door een veld met broedende Atlantic Sterns, Noorse sternen. Deze dieren zijn super-agressief als ze een jong hebben, ze vliegen naar je hoofd om daarop te pikken. Ze vallen auto´s aan. De enige manier om hier langs te komen is met een steel lupine, wat daar overvloedig groeit, boven je hoofd te fietsen. Dan zullen ze de lupine aanvallen in plaats van onze haardos. Skalanes is een hostel voor liefhebbers en heel erg mooi. Het staat bekend om zijn puffins, helaas zijn die dit jaar nauwelijks aanwezig. We spotten 1 paartje wat we op 2 meter kunnen benaderen en fotograferen. Het zijn net vliegende pingu├»ns.

We proberen, als we Seydisfjordur verlaten alsnog de Askja te bereiken. Na inkopen voor 8 dagen te hebben gedaan in Egilsstadir vertrekken we richting de highlands. De eerste dag over gravel en asfalt. toch ook nog een klimmetje van 10%, 5 kilometer lang, in de stromende regen waarbij we gezelschap krijgen van een hond. Hij is niet agressief maar loopt de hele tijd rond onze fiets. Als we stoppen springt hij tegen je op, we blijven hopen dat hij op een gegeven moment niet verder meer gaat omdat hij te ver van huis is. Helaas, na de klim scharrelt hij nog steeds om ons heen. Omdat we niet willen dat hij bij ons blijft hebben we hem op een zeer onvriendelijke manier, ja dieronvriendelijk waarschijnlijk, weggestuurd. In de highlands is het mistig en koud, we zien weinig. Als we onze tent voor de tweede keer wild opzetten is de mist gelukkig weg. Het is wel koud, maar in de tent is het altijd 3 tot 4 graden warmer dan erbuiten. De volgende dag fietsen we via een grote dam verder, nu echt off-road. Het weer is redelijk, en we kunnen behoorlijk doorfietsen. Als we  aan het einde van de dag, rond 16:30 besluiten om door te fietsen naar een shelter, die er overigens helemaal niet bleek te zijn, moeten we voor het eerst door het water. Dit doen we die dag nog 3x, om er dan achter te komen dat het veel te laat is, inmiddels 22:15, het weer steeds slechter, regen, koude en wind, en dat we de volgende doorwading wel heel diep is. Na een erg koude nacht, rond het vriespunt, met aanhalende wind besluiten we om terug te keren, de weersvoorspelling is slecht. We zijn dan nog 55 kilometer bij de Askja verwijderd. Later horen we dat het die nacht bij de Askja heeft gesneeuwd, er bijna geen zicht was en, heel erg koud.

We gooien ons plan maar weer om en gaan via de Ringroad naar het Myvatn gebied. Het is een totaal ander gebied, geothermaal, met kokende modderpoelen, stinkende stoom, rode bergen, groen en witte kosmossen. We maken daar de volgende dag een wandeling langs een grot waar vroeger, toen het water iets koeler was, veel in gebaad werd, Grjotagja. We lopen over een kam van een vulkaan en dalen aan de andere kant af via een steil pad naar Dimmuborgir, Duistere burchten, een lavaveld wat zeer groot, hoog en mooi is (wat overigens ook de naam van een metalband is, maar dit terzijde). Op de camping maken we voor het eerst kennis met de vliegen van IJsland. We komen ze later weer tegen, dan in zeer grote getale, strontvervelend en niet te verjagen. Op je lijf, in je oren, in je mond en in je ogen. Ze zitten gelukkig alleen bij niet-gletsjermeren zoals Myvatn, Laugarvatn, en de Pingvalavatn. Wat een geluk dat we daar de laatste vakantieweken vooral langs gaan. We fietsen via Husavik, walvissen kijken, we hebben een prachtexemplaar bultrug gezien, naar Akureyri. Via een heel mooie pas die qua kilometers wel korter is maar qua tijd en inspanning en beloning in de vorm van uitzicht en beleving zeker niet, komen we in het koude Akureyri aan. De temperatuur is zo'n 4 graden, en natuurlijk is het wat mistig en miezerig. Later lezen we dat dit jaar een van de koudste zomers is sinds 1992, en dat in Akureyri sinds 1983. We besluiten om de bus te nemen, de bus die door de higlands over de 35 zal rijden en ons in de Golden Circle, bij de Gullfoss zal afzetten.

Bij de Gullfoss worden we overspoelt door de toeristen. Met name de Aziatische toerist is een slag apart. komt uit de bus, met heel veel tegelijk, zwaait zijn selfiestick rond en fotografeert. Zichzelf en reisgenoten. De omgeving en de mensen die daar ook nog aanwezig zijn negerend. Het grootste gevaar zijn de uitstekende selfiesticks, moeilijk te ontwijken omdat ze zo onvoorspelbaar zijn. Ook daar zien we grote 4x4 wagens, vooral voor de toeristen. We zijn er al aan gewend, in Nederland valt het ons op dat de auto's zo klein zijn. Na de Gullfoss lopen we nog naar de Geyser, of eigenlijk naar de Stokkur, de Geyer is kapot, ingestort, het zijn van die dingen die je moet zien maar echt indrukwekkend is het niet.We gaan nogmaals proberen om off-road te fietsen, nu naar Landmannalaugar.

Om daar te komen fietsen we een hele dag over asfalt  om uiteindelijk om een zeer kale camping te komen waar het zover wij weten altijd waait. In de beschrijving van het gebied in de reisgids die Hilda nadat we in Landmannalaugar zijn aangekomen leest, ziet ze dat het berucht is om de harde wind. Ik vertel dan ook dat vele fietsers, die via de 26 fietsen, bij de benzinepomp vlak bij de F26, het proberen maar vaak terugkomen om dan de bus te pakken. We hebben geluk, de weg naar de benzinepomp, 25 kilometer hebben we zwaar tegen de wind maar hij waait minder hard dan de dag hiervoor. Na de benzinepomp is het nog een 8 km en dan hebben we de wind in de rug. Het fietsen in het lavaveld is adembenemend, de zon schijnt en we begeven ons tussen de 4x4 wagens die ook die kant op gaan. Het is een mooi gevoel dat we daar kunnen fietsen met heel ons hebben en houwen en dat onze fietsen en wij hier zeer goed tegen kunnen. Het lijkt soms veel op mountainbiken, maar dan met 20kg bagage op je fiets. Na het lavaveld komt het lavazand, ook dit is goed te doen. Af en toe een slippertje, soms door wiel dik mul zand waarin je even vastzit maar al met al komen we verder. De camping is druk maar daarentegen kunnen we ons opfrissen in de warme beek, om al het zand en stof van ons afwassen. Als we even van de camping aflopen zien we de schoonheid van dit gebied, ook hier komen we waarschijnlijk nog wel een keer terug maar dan om te hiken. De terugreis nemen we de makkelijkere route, de F255. Ook hier moeten we weer door water, 4x deze keer, dat blijft een koude bedoening, gletsjerwater net boven het vriespunt en dan 2 of drie keer doorwaden met waterschoenen. Maar dat is de enige weg, er is geen keuze. Als we in het lavazand van deze route komen worden we door een Ranger aan de kant gezet, of we even 2 minuten willen stilstaan. Er moeten 60 paarden langs. Het is een van de mooiste beelden van IJsland. IJslandse, strakke, slanke, glimmende paarden die van A naar B worden geleid in strakke pas, stofwolken van lavazand achterlatend. Als we later weer op de 26 naar Selfoss zitten, de wind strak in de rug, windkracht 5 tot 6, amper trappend langs de puimsteen, zien we ze weer. Ze lopen nog steeds zo snel.

De laatste week fietsen we nog naar de Pingvellir, die in onze beleving mooier in de winter is, naar Reykjavik om daar 1 dag van de stad te genieten.

Samenvattend. IJsland is geweldig, lange wegen, mooi landschap, en een uitdaging om doorheen te fietsen. We gaan het zeker nog eens doen. We willen de Westfjorden bezoeken, nogmaals naar Skaftaffel, ja er is nog zoveel.......

Kijk hier voor een eerste indruk van onze foto,s 

Geen opmerkingen: